Zal ik eens even lekker in je pannetje roeren?

Barbecuen is vast en zeker een van de meest mannelijke bezigheden die er bestaat. Krijg je de gemiddelde man nog met geen stok de keuken in om te gaan koken, zodra er briketten en aanmaakhoutjes aan te pas komen, wordt iedere vent een echte holbewoner. Het belangrijkste gedeelte van de BBQ is namelijk het aansteken en warm houden van de kooltjes. “Fik!”, is het toverwoord, lucifers en spiritus de magische hulpmiddelen. Heet is niet heet genoeg, meer van die witte blokjes en het liefst hele doosjes lucifers op die briketten. Voedsel is van ondergeschikt belang: iedere vent eet met liefde en plezier een iets geblakerd hamburgertje weg in ruil voor 10 seconden lol met een flinke steekvlam. Vrouwen kunnen dit niet waarderen: zij blijven maar wapperen met een stukje krant en weigeren het heft in handen te nemen en de boel te versnellen met spiritus.

Het aansteken van het vuur. Met een kinderlijke blijheid worden alle trucs en listen tevoorschijn gehaald om het verzengende vuur te laten branden. En of het nu komt omdat hiermee te laat wordt aangevangen, of omdat het toch langer duurt dan gedacht, of omdat de satésaus zoveel eerder klaar is, nog voor het eerste kooltje brandt heeft iedereen al voldoende stokbrood met satésaus op.

Mannen vinden zichzelf ook stoer. Heel stoer zelfs. Het kookschort doet daar niks aan af. Het maakt niet uit wat er op staat zolang het maar seksistisch is. Zou een man normaal gesproken rondlopen met een halve jurk waarop staat: “Kiss the cook”, of nog erger, “Zal ik eens even in je pannetje roeren?”. Ik dacht het niet. Maar tijdens het barbecuen is zulke kledij verplicht. En het staat cool ook. Dan wel. En zeker als je een stuk dood beest op een drietand hebt gespietst, terwijl zijn laatste levenssappen opdrogen op je schort en hem diep in het alles verterend vagevuur houdt. Aanmoedigingen van de sexegenoten doen je ego alleen maar groeien.

Nee inderdaad, niks geen gloeiende kooltjes. Natuurlijk hebben deze, zoals iedereen weet, de hoogste temperatuur. Maar gloeien is voor vrouwen en vlammen zijn voor mannen. Dichtschroeien gaat vanzelf als de buitenste laag vlees verwordt tot een laag zwarte koolstof. En vlammen moeten zo hoog mogelijk worden natuurlijk. Het feit je met de gebruikte hoeveelheid brandstof de wereld zou kunnen rondvliegen is van secundair belang. Wat belangrijk is, is het feit dat mensen in de verre omtrek weten dat er serieus gebarbecued wordt. De steengrillende of gourmettende mislukkelingen aan het einde van de straat mogen gerust door middel van rooksignalen op de hoogte gesteld worden van dit bak- en braadfestival. Sterker nog, terwijl de vrouwen naar boven rennen om de ramen te sluiten, klagen over stinkende was en de woorden “volledige mislukking” al op hun lippen liggen, kijkt een man trots naar de geproduceerde mist.

Het grootste discussiepunt van de barbecue is het bepalen van de gaarheidsgraad. Het blijkt dat de onwetende sexe van de Homo Sapiens op dit gebied behoorlijk kieskeurig is. Ondanks het feit dat ze weet dat het niet meevalt om in de uitlaat van een Saturnusraket een kippepootje te grillen, stuurt ze resoluut een stukje terug omdat het nog iets te rood van binnen is. “Het kan best de marinade zijn hoor, maar je weet maar nooit”. Vervolgens komen de spook- en achterklapverhalen over enge ziektes als Salmonellavergiftiging, die door vriendinnen met goedkeuring worden begroet, terwijl de mannen luidkeels “Medium rare”, naar de hoofdbakker brullen. Toch maar terug op de grill dus. Helaas blijkt het meestal toch de marinade te zijn en eindigt dit stukje als een zwart klompje op een bord.

Nadat de eerste vrouwelijk exemplaren al zuchtend en puffend vermelden dat ze eigenlijk al vol zitten, gaan mannen rustig verder. Het loont namelijk niet om een barbecue aan te steken en er dan per persoon maar 2 pootjes op te grillen. Er is dus begroot op een halve koe per persoon. En dit moet op want laten liggen is zonde of kan toch niet meer terug de vriezer in. Terwijl de avondschemer binnen komt vallen, de vrouwen bespreken dat ze de volgende keer veel minder vlees en meer bospaddestoelen in zullen kopen, zitten de mannen in een halve cirkel om het vuur. Met de broekriem op de vreetstand, een pilsje in de hand en de laatste satéstokjes boven de vlammen kan hij aan niks anders denken dan de volgende barbecue: dan is hij misschien aan de beurt om te stoken.

Share this: