Timmeren met Turken

Verhuizen. Iedereen is er wel een keer slachtoffer van geworden. Je ouders wilden je het huis uit hebben, de woningbouw sloopt de wijk voor nieuwbouw, de buurt is neergezet op vervuilde grond, de cd-collectie past niet meer, geen plaats voor de babykamer: er zijn redenen genoeg om te verhuizen. Indien mogelijk kun je natuurlijk ook de bestaande woning aanpassen waardoor het verschijnsel ineens verbouwen heet.

De man denkt meteen groots:  “daar een grote tv-hoek, die pui kan eruit, dat is vast geen dragende muur, en waar heb je in hemelsnaam een boom voor nodig in de tuin, die kan ook om”. De vrouw daarentegen is meer van de kleinschaligheid: “hier een leuk hoekje met knutsels, daar een poefje en het zou leuk zijn als de bank een nieuw motiefje zou krijgen”.

Mannen denken nu eenmaal grootser dan goed voor ze is. Een nieuwe brug bouwen? Dan moet er minimaal net zo veel staal in verwerkt worden als er gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog verbruikt is. “Leuk”, denkt zij:” Een knus klein dakkapelletje met kleine raampjes waar het zonlicht mooi doorheen valt.” Hij denkt al aan een volledige doorzonverdieping bovenop het huis, of minstens een glazen dak, want dat zou lichtgewijs veel praktischer zijn.

Hoekjes, frutsels, decoratie en passende kleurschakeringen zijn niet aan de heteroseksuele man besteed. Vrouwen, vriendinnen, echtgenoten of minnaressen, verwijt het ons niet: we zien er óf het nut niet van in óf het interesseert ons geen zak. Tuurlijk past fel groen op warm rood, de bank zit er niet minder door. En nee, kleine knusse hoekjes zijn nergens goed voor, want als er gestofzuigd moet worden (dat schijnt de man tegenwoordig te moeten doen, of in ieder geval te moeten bespreken) moet die knusse hoek eerst helemaal ontruimd worden. Eromheen zuigen, dé specialiteit van mannelijk huiswerker, wordt doorgaans alleen beloond met een afkeurende blik of vermanende vinger.

Mannen kijken vanaf een hoger uitkijkpunt naar de dingen. Daarom werken er voornamelijk vrouwen in de zorg en op marketingafdelingen en homoseksuele mannen op designafdelingen. Hier is oog voor detail nodig. Een chirurg zaagt en boort en snijdt en de assistentes mogen alles weer netjes dichtmaken. Een architect ontwerpt een complete woonwijk. Dat deze er later niet uitziet door gebrek aan detail (lullige boompjes, te weinig parkeerplaatsen, saaie muren) zal hem een rotzorg zijn. Het moge duidelijk zijn dat een modern interieur door mannen mooi gevonden wordt omdat alles simpel is: rechte lijnen en geen gepruts, ongeacht wat Jan denkt en kriebelt met zijn pennetje. Mannen zetten een bank neer, recht, hoekig, leer en chroom en vrouwen leggen er een kussentje van een specifieke stof, met of zonder flosjes, in een bepaalde kleur omdat dat mooi overeenkomt met het vaasje op het aanrecht.

Vervolgens spant zij zich in om manlief een of ander nutteloos ding te laten maken, een kindertafeltje (‘schat, we hébben helemaal geen kinderen’), een Balinees tuinzitje (‘lieverd, dat past niet op ons Frans balkon’) of een inbouwkruipruimte. De boosdoeners van dit soort hout- en schroefverspilling zijn die verschrikkelijke doe-het-zelfprogramma’s. Ik ken geen fatsoenlijke vent die naar die troep kijkt. Moeder vindt het prachtig, kijkt naar Eigen huis en tuin, Klussen met kijkers (met die onuitstaanbare staartmans) en Timmeren met Turken, vriendinlief neemt het op om de handige tips later nog eens te bekijken.

Wanneer het een totale renovatie van een huis betreft is zo’n programma nog leuk, maar helaas is het meestal een klein frutmeubeltje. Toppunt van een man-onvriendelijk klusprogramma is In Holland staat een huis, of de buitenvariant daarvan In Holland ligt een tuin (briljante vondst van de marketingafdeling). De stylistes (zo noem je die binnenhuisarchitecten) doen waar stylisten goed in zijn: veel nikszeggende prutszooi binnenslepen en maken. Overal kaarsjes, kussentjes, lampjes, gordijntjes en nog veel meer nutteloos spul. Meestal is de tv of de computer of die heerlijke lazyboy het haasje. Deze moeten namelijk het veld ruimen voor een veel praktischere Japanse eethoek op 15 cm hoogte. Liefst voorzien van tarwegras als ondergrond. Die handige vuurbak in de tuin wordt opgeofferd en vervangen door een Feng Shui-meubel dat niet meer blijkt te zijn dan een bak met grind met daarop een paal met lampjes en rinkeldingetjes en als afdak een mooie oranje doek (leuk met al die regen en wind in Nederland). Gelukkig zijn die stylisten allemaal vrouwen of anderszins verwijfde types. Ik zou bijna Tuinman Rob nog mannelijk vinden bij al die nichten.

Samengevat: (ver)bouwen is voor mannen, knutselen en prullen voor vrouwen. Zolang we ons daar aan houden, kan er niks misgaan. En dames, vergeef ons voor onze slechte smaak: groen met paars kan best, vinden we zelf.

Share this: