The Road to Nowhere

De gemiddelde werkende Nederlander heeft geen kantoor aan huis, maar werkt in een gebouw waar nog meer niet thuiswerkers komen om te arbeiden. Vroeger had de smid zijn smidse in de garage, de slijter zijn stokerij in de kelder en de crimineel zijn werk in de achterkamer. Tegenwoordig is het schijnbaar beter om met zijn allen in een groot gebouw of een grote fabriek te moeten werken. In welke categorie de thuisdealer valt laat ik hierbij even in het midden. Gezien er beduidend minder van dit soort verzamelpunten voor werkenden zijn dan dat er huizen dan wel flats bestaan, zal er dagelijks transport moeten zijn van de werkschare richting deze arbeidsvoorzieningen. Een logisch gevolg van het slechte Nederlandse weer, alleen een groenlinkse rakker wil nat worden plus de staat van dronkenschap waarin de NS zich al jaren bevind, is dat iedereen in zijn of haar auto stapt. Carpoolen werkt ook alleen in theorie dus eigenlijk is er een 1 op 1 verhouding van auto en werknemers. De kilometers asfalt worden dus gevuld met blikjes in alle kleuren en maten.

Zo op het oog een hersenloze brei mensen die zich zo goed als kwaad naar het werk transporteren. Echter, sinds ik deel uitmaak van die brei valt me de enorme differentiatie op. Daar het te ver gaat om alle uitvoerig te beschrijven zal ik ze terugvoeren tot twee groepen: de mensen op de rechterbaan en de tegenpartij, zij van de linkerbaan (in deze verhandeling beperk ik me tot een vierbaans snelweg).
Op de rechterbaan bevinden zich de vrachtwagens, gelukkig bijna volledig ingedamd door het ingevoerde inhaalverbod, Opa en Oma, Jan Steen met zijn caravan, de Zastava, en mensen met rijangst. Op de linkerbaan vind je de zakenlui, mensen met haast, johnnie in zijn uitgebouwde Golf, CRX of als ie pech heeft nog een Kadett, Papa in de MPV/MUV, de koerier, mezelf en vanaf de andere kant heel af en toe een spookrijder. Deze twee groepen kunnen redelijk met elkaar omgaan, leven als het ware langs elkaar heen. Zij respecteren elkaar ook.

Er is echter ook een derde groep, zij die niet direct tot een der beide rijbanen toebehoren, oftewel de baanlozen (niet te verwarren met de werklozen; die zitten thuis en kunnen waarschijnlijk geen auto betalen). In deze categorie vallen de heringetrede huisvrouwen in hun opgevoerde brommobielen, de EO-rijders (indien niet rijdend in een Volvo 340/440 zeker te herkennen aan de vis op de kofferbak), bedrijfsbusjes en huisvrouwen met opmaaktrommel in de hand, of had ik die al genoemd?
Deze baanlozen zijn vreemd met het woord coëxistentie en respect. Zij drijven de baanhebbenden tot wanhoop door regelmatig en vooral onnodig van baanhelft te wisselen, snelheden te hanteren die door niemand worden begrepen en het belangrijkste: te pas en te onpas onverwachts te remmen, met als gevolg dat de rechterbaners zenuwachtig worden van dit nerveuze gedoe in hun spiegels, plotseling voor hun opduikende en remmende baanlozen. De linkerbaners hebben het misschien nog wel zwaarder, zij dienen tot in hun tenen geconcentreerd te zijn of er niet plotsklaps een baanloze besluit dat 121 een prettigere snelheid is dan 119 en gaat inhalen. Gezien het relatieve kleine oppervlak van Nederland en daardoor ook de relatief korte afstanden woon-werk, wordt bijna de helft van de tocht het voorheen prettige uitzicht van de achterkant van een Megane, S70 of A6 nu ingenomen door een Nissan Sunny, Suzuki Swift of Daewoo Nexia. Ik kan beter zeggen de remlichten van een Nissan Sunny, Suzuki Swift of Daewoo Nexia. Blijkbaar zijn de hectometerpaaltjes al een potentieel gevaar voor deze baanlozen want ze zijn een aanleiding om toch maar even af te remmen.

Schijnbaar hebben deze weggebruikers ook een afwijking aan hun ogen want een rechterbaner op 200 meter afstand wordt gezien op 20 meter, anders kan ik het voorbarig links rijden niet verklaren. Het geduld van de linkerbaners (bij aanvang al niet zo groot als dat van de rechterbaners) wordt hierbij danig op de proef gesteld. Daar waar linkerbaners onderling tot oplossingen komen, even van baan wisselen, vriendelijk knipperen met de lichten enz., blijven deze baanlozen ongevoelig voor subtiele hints. Overgaan tot drastische maatregels zoals bumperkleven, groot licht, toeter en rechts inhalen heeft een averechts (letterlijk) effect. Geheel apathisch of in paniek weten de baanlozen niet wat te doen en blijven nog langer links, waardoor we nog verder van huis dan wel werk zijn.

U vraagt zich nu af wat is nu de strekking van dit verhaal. Ik zal het u zeggen. Gevolg voor de baanhebbenden is dat de baanlozen hen een ontspannen rit naar het werk dan wel huis ontnemen. Het effect daarvan is weer dat men reeds gestresst op het werk aankomt, de collega´s (die ook licht geïrriteerd op een andere snelweg hetzelfde hebben meegemaakt) minder vriendelijk behandelt dan men zou willen en uiteindelijk gestresst de auto weer in stapt om wederom met de baanlozen geconfronteerd te worden. Je kan je zo indenken dat het thuisfront van de baanhebbenden het zwaar krijgt te verduren bij thuiskomst. De gezinssituatie wordt er ook niet beter op, kinderen ontsporen sneller en voordat je het weet heb je een ontwrichte maatschappij met vervallen normen en waarden. Mensen zoeken wanhopig naar houvast en zo is het succes van Lijst Pim Fortuyn verklaard. Wie zijn nu dus de veroorzakers van het leed in onze maatschappij? Juist, de Baanlozen. Wil je meer weten over deze bevolkingsgroep, dan raad ik u aan om op een werkdag tussen 7 en 9 ´s-ochtends of 5 en 6 ´s-avonds een tochtje te maken over een des lands snelwegen. Je herkent ze snel.

Share this: