Hamburger Hill

Zaterdagnacht, Den Bosch, Centrum. Terwijl buiten de wind raast over door najaarsregens geteisterde straten, zitten de bourgondische kroegen gevuld met licht, mensen, drank, muziek en gezelligheid. Nog 1 uurtje tot sluitingstijd te gaan en mensen beginnen nerveus op hun horloges te kijken, voor zover ze daartoe nog in staat zijn. Veelbetekende blikken worden uitgewisseld met de vrienden kring en net opgedane barmaatjes.

Zodra de eersten hun jassen aandoen volgen er al snel meer terwijl er nog een uur te feesten valt. De klok tikt rustig verder. Paniek slaat toe op het moment dat mensen eindelijk hun garderobekaartje weten te vinden en er achter komen dat er zich reeds een lange rij gevormd heeft voor de jassen bar. Achteraan de rij spelen zich taferelen af waar menigeen met een zwakke maag zich snel van moet afkeren. Het geluidsniveau van het gemompel en het geroezemoes tussen de onrustig wachtenden stijgt. Langzaam maar zeker vormt zich een vraag. De vraag die iedereen bezig houdt:

Is de FEBO nog open?

Buiten aangekomen blijkt dat ook bij de snackzaken van Cohen de willekeur toeslaat: is de ene zaterdagavond om half 3 nog een koud speciaaltje te trekken, de andere keer blijkt dat de plaatselijke vetklep achter de toonbank half 1 een prima sluitingstijd vindt. Je kan dus het geluk van een saterol hebben en minder ver te hoeven lopen, of de pech hebben om met een lege maag en een dronken kop in bed te belanden. Gelukkig is er een laatste redmiddel dat altijd voor je klaarstaat: de plaatselijke shoarma- en kebabzaak.

Op zaterdagavond is de Moslim je beste vriend. De gang naar de lamsvleessnijder is weliswaar langer, het af te handelen procedee voor de deur altijd schitterend, met name na sluitingstijd. De shoarmatent is namelijk altijd open, hoe laat je ook komt. Als rechtschapen medeburger haal ik mijn louche-kick ongetwijfeld uit het snackbezoek. De besnorde verkoper doet namelijk altijd verschrikkelijk zijn best om het illegale karakter van zijn actie, namelijk het verkopen van een halfkoud en mager gevuld broodje in een aluminiumfolietje na sluitingstijd, aan te kleden als het verhandelen van een vrachtwagen vol papaver. “Niet hier opeten”, fluistert hij ons toe, angstvallig om zich heen kijkend. Ons kan het niet schelen, wij willen gewoon eten.

De gemiddelde uitgaanstoerist die een meer dan vorstelijk hoeveelheid gerstennat of de modernere duurdere varianten, safapi en tochtjes, tot zich heeft genomen wil gewoon tegen de tijd dat hij naar huis stommelt wat eten. Nu blijkt dus dat deze wens tegenstrijdig te zijn met het sluitingsbeleid van de cafés en de vreetschuren.

Het gevolg hiervan is dat rechtschapen mensen een illegaaltje moeten trekken, en het liefst met veel knoflooksaus. Maar vaak is zelfs deze optie niet voorhanden en moet er toevlucht genomen worden tot het welbekende thuisvreten oftewel het alom bekende koelkastkanen. Er is altijd wel iemand die nog de puf heeft om eieren, friet en frikandellen te bakken op nachtelijke tijden. Hele volksstammen fietsen daarom ’s nachts door weer en ontij, kriskras door de stad en haar slaperige buitenwijken, op weg naar wat lekkers maar bovenal wat vets. Eenmaal bij de vrijgevige, en meestal zatste persoon, zijn of haar woning blijkt meestal al snel dat er toch minder eieren zijn dan gedacht, het brood al wandelneigingen begint te vertonen, en dat het frietvet eigenlijk al 4 weken aan verniewing toe is. Toch maakt niemand dit wat uit want: Eten, daar gaat het om.

Aan de terugreis naar verweg gelegen bedden moet nog niet gedacht worden, noch aan de gigantische kater en bijpassende kegel die de ochtend erna als een molensteen om je nek hangt. De prijs van alcoholmisbruik en navenant dronkemansgedrag na afloop moet hoe dan ook gedragen worden als een echte vent. Volgende keer meteen naar huis, is meestal het devies, terwijl je nieuw frituurvet op het booschappenlijstje plaatst. Voor het geval jij weer de zatste bent…

Share this: