Churandy

Ik ben blij

De Redder des Vaderlands

Het is voorbij. Althans, bijna. De Zomer die de Zomer der Zomers had moeten worden maar uiteindelijk het depressieve gedrocht van een jaargetijde bleek te zijn, met een verkwikkend slot. En drie woorden.

De polonaise was al door het halve land ingezet, de oranje troep was niet aan te slepen en op Facebook bestond sinds oktober vorig jaar al een Evenement waar duizenden mensen zich voor hadden aangemeld; de huldiging van Oranje in de Amsterdamse grachten. Ik ook, ik beken. Robert Gesink ging op het podium eindigen in de Tour de France, Johnny Hoogerland zou zijn getekende gladgeschoren benen wel even de Alpen overfietsen en glorieus in bolletjes in Parijs arriveren. In op de Olympische Spelen zouden we wel even 30 medailles gaan halen, want ‘we staan er ontzettend goed op’.

Het leek zo mooi. Het werd bagger. Het EK, de Tour. Demart, de zomer. Lichtpuntje Marianne Vos die on-Nederlands deed wat ze in Peking beloofde; goud. Verder niks. Ook Londen leek de tragische dood te sterven die iedereen na Charkov had zien aankomen. Totdat het hardlopen begon. Niet in het wit of blauw, maar in het Oranje van Wilhelmus van Nassaue zwaaide hij, klein stukje goud prijsgevend, de camera in. En juist op dat moment leek het wel alsof alles wat oranje was zich op het achterhoofd krabde en leek te beseffen hoe zeer we in slaap waren gesust door Bert van Marwijk, Robin van Persie en Theo de Rooij. 100 meter en een acterende bliksemflits verder was de slaap uit de ogen van de natie. De drie woorden die de zomer terugbrachten en de wolken deed verdwijnen waren gezegd: ik ben blij.

Voor het eerst in weer lange tijd omarmde een mopperend land een pure, oprechte landgenoot en schopte het de door Wilders aangewakkerde haat in een hoekje. De Willemsstedeling maakte in een klap goed wat de Venlonaar in jaren vakkundig had afgebroken. Met zijn ‘ik ben blij’ vulde Churandy Martina de huiskamers in het warmer wordende Nederland met trots en een glimlach. Dat zijn races uiteindelijk niet resulteerden in een medaille leek hem niet te deren en deed dat zeker niet bij zijn landgenoten. Ook in Londen ging het Churandy-virus als een Dorifel rond en wapperde het roodwitblauw ook in boten, hockeystadion en paardenzandbak weer alsof we in de Gouden Eeuw leefden. En steeds weer, elke dag, werd het ik ben blij van stal gehaald en geciteerd als het nieuwe Je Maintiendrai.

Wat Churandy Martina deed, levert hem wat mij betreft nu al de titel Sportman van het Jaar op. Mocht er straks na 12 september een plek in de regering vrijkomen, zou ik het de (nieuwe) premier aanraden eens naar Florida te bellen. En de TROS zou er goed aan doen Martina te vragen als startschotlosser bij Te land, ter zee en in de lucht. We zijn geChurandyeert en het voelt zó lekker, dat ik er blij van word.

Share this: