Bier is bier

Ieder jaar weer hoor je zo rond carnaval dezelfde vragen: ga jij ook carnavallen en zo ja waar? Menigeen zal antwoorden dat ie een paar dagen in Den Bosch, pardon Oeteldonk zal zijn en eens flink zal gaan huishouden. Er is echter ook een groot aantal mensen dat geïrriteerd opkijkt bij het woord carnaval en zegt dat ze dat maar een stom feest vinden: mensen die het hele jaar door sacherijnig zijn, moeten ineens lollig doen en mensen die je het hele jaar negeren zijn allemaal ineens je beste vrienden. Daarnaast is carnaval ook nog eens een reden om meer te zuipen dan goed voor je is. Carnaval is voor deze mensen uit den boze: ze zweren bij de vlucht naar de sneeuw, want daar is het namelijk veel gezelliger, het is niet zo’n boerenzuip- en hosfestijn en je hebt er geen last van handtastelijke personen. Dit slappe excuus van die nepbrabanders vraagt natuurlijk om verificatie. Daarom de proef op de som.

Als pseudo-geldloze/pseudo-jongere ga je natuurlijk met de bus en meteen valt daar op dat alle mensen vrolijk zijn en er zin in hebben. Iedereen doet aardig tegen elkaar en het leek wel een grote familie. Na het legen van 12 blikken bier en een kwart liter ouzo de man verloopt de busreis natuurlijk ook prima. In het dorp is het de volgende dag niet veel beter: een grote berg krioelende mensen die allen goedgemutst zijn want ze gaan skiën. Allen gekleed in schitterende skipakken (DKNY levert dus ook getailleerde skipakken, Tommy Middelfinger doet aan dassen en O´Neill maakt ook een karrenvracht aan mutsen met daarin rastapruiken geweven). Skiën blijkt zelf gemakkelijk onder de knie te krijgen te zijn en eerlijk is eerlijk het is fantastisch om op zo’n berg in het zonnetje wat rond te crossen.
Af en toe wordt je omver geknald door een snowboarder, maar na een week botsproeven is de onderlinge score opgelopen tot 4,5 – 1,5, waarbij je punten krijgt voor elke keer dat de snowboarder valt en jezelf niet. Maar goed, van zo’n dag skiën krijg je dorst, de après-ski begint om 16.30 en is dan dus een prachtige uitkomst.

En daar begint de verbazing. De mensen die Carnaval in Nederland ontvluchten, staan allemaal de polonaise te dansen met een halve liter bier in hun handen en iedereen doet mee: de dikke Duitser loopt mee, de zatte Engelsman, de gekke Zweed en ook Andy de Oostenrijkse skileraar heeft lol. Alle liederen (niveau paard in de gang) worden uit volle borst meegeblèrd en mensen vliegen elkaar andermaal om de nek. Helaas duurt dit feest maar tot 20.00 uur, want iedereen is moe en gaat eten en dan naar bed want het is de volgende dag weer vroeg opstaan. Al snel wordt duidelijk dat wanneer je de après-ski anderhalf uur later begint, je na het diner om half 10 in dezelfde bar vrolijk weer verder kunt tanken, alleen zonder de polonaise maar met stevige rock en met iets minder carnavaleske (veelal randstedelijke) patsers. Tot vier uur in de nacht hoeft dan geen probleem te zijn, de wekker gaar hard genoeg.

Waarom die mensen de Nederlands Carnaval ontvluchten om in de Oostenrijkse skicultuur een week te leven blijft onduidelijk, behalve misschien vanwege het skiën zelf. (Hoewel dat de gehele winter door kan en niet persé in de carnavalsweek hoeft te gebeuren). De, door alcohol, onverstaanbare mensen in Nederland zijn vervangen door onverstaanbare buitenlanders (meestal ook onder invloed), de kielen en carnavalspakjes zijn vervangen door de misschien nog wel opzichtigere skipakken, de pruiken zijn vervangen door groteske skimutsen, de schmink is vervangen door felgekleurde zonnebrand, de optocht trekt net zoveel bekijks als de medische sneeuwscooter met een aantal oranje gewondensleetjes erachter en om 8 uur ’s avonds is iedereen net zo stomdronken als in Nederland. En natuurlijk staat bij de après-ski precies dezelfde CD op als in elk Nederlands café, want ook in Oostenrijk hebben ze een toeter op de waterscooter.

Het enige te ontdekken verschil is dat je in Nederland hoogstens een rode kop overhoudt van verkoudheid en bij het skiën houd je een bruine knar over van het zonnebaden. Hoe dan ook, bier vloeit overal rijkelijk en smaakt ook overal goed. Dat betekent dus voortaan én sneeuw én carnaval zonder een van beiden te laten schieten. Want anders wordt er namelijk een litertje of 35 bier door de neus geboord. En bier smaakt overal hetzelfde, toch?

Share this: